geselecteerd als gefixeerd bericht
Maatschappij kritisch weblog
Rijdt u diesel?
Laat de oliemaatschappijen en minister Zalm de pleures krijgen, schakel over op plantaardige olie!
Lees er alles over op www.ppo.nu/
Maatschappij kritisch weblog
Rijdt u diesel?
Laat de oliemaatschappijen en minister Zalm de pleures krijgen, schakel over op plantaardige olie!
Lees er alles over op www.ppo.nu/
Wat een genoegen om de Fransen te zien worstelen met hun eigen intifada. De banlieus van Parijs zijn nu gevaarlijker dan Jenin, en de Fransen krijgen de rekening voor hun arrogantie en hun lafheid, hun agitatie en propaganda tegen America en Israël gepresenteerd.
Het waren altijd de Fransen die de Americanen er van beschuldigden dat hun racisme de oorzaak was van de rellen van de 1960′s en 1970′s. Ook bij de Rodney King affaire stonden de Fransen met hun oordeel klaar. En de Fransen wisten zeker dat die Kwaadaardige Joden de échte schuld waren van de terreur van de Palestijnen. Ach, die gallische Galliërs!
Nu de Fransen hun eigen intifada hebben, is het niet meer dan redelijk dat ze zelf de oplossing omarmen die ze jarenlang hebben geprobeerd op de leggen aan Israël:
Land voor Vrede!
Eindelijk rechtvaardigheid voor de jarenlange steun van Frankrijk voor de islamo-fascisten en de Palestijnse terreur. Want was het niet Jospin die er bij Israël op aandrong om meer concessies te doen aan de Palestijnen? En stond er niet in Frans document dat Jeruzalem de hoofdstad van Palestina was? En heeft niet Chirac geroepen dat Syrië een moreel recht had op de Golan-hoogte?
Deze Fransen politici hadden het bij het juiste eind! En gelukkig kunnen ze hun ideeën nu in hun eigen land in de practijk brengen.
De eerste stap is dat de Fransen erkennen dat er geen militaire of politionele oplossing is voor het geweld in hun voorsteden. Nee, ze moeten erkennen dat de eisen van deze relschoppers en moordenaars legitiem zijn.
Ten tweede stelden de Fransen zich op het standpunt dat er geen land met geweld mag worden geannexeerd. Dus Elzas-Lotharingen gaat terug naar Duitsland; als genoegdoening voor de Franse agressie van 1945. En alle Duitsers die in WW I en WW II verdreven zijn, krijgen een recht op terugkeer naar hun huizen en hun land. Dat recht geldt ook voor alle Duitsers die claimen hun afstammelingen te zijn.
Maar dit is slechts het begin. Corsica is veroverd op Genoa. Nice en de Savoy zijn veroverd op Piedmont. Aangezien Italië de rechtmatige opvolger van Genoa en Piedmont is, krijgt het de genoemde territoria terug.
Het territorium dat van de Habsburgers is afgenomen, gaat terug naar Oostenrijk. We spreken hier over Franche-Comte, de Artois en Bourgondië. Roussillon gaat terug naar Spanje.
En Normandië, Anjou, Aquitaine en Gasconië worden teruggegeven aan hun rechtmatige eigenaar: de Britse Koninklijke familie.
Maar er is meer. Brittanië en Languedoc moeten onmiddellijk autonomie verkrijgen, en de Bretons en Occitan Bevrijdingsorganizatie moeten erkend worden als het legitieme gezag.
Voor de Franse regering blijft nu over het Ile de France, oftewel Parijs en de directe omgeving. Maar de Corsicanen hebben een historisch recht op de Tombe van de Keizer, want het is hun beroemde zoon die daar begraven ligt. Is het teveel gevraagd dat Parijs de gedeelde hoofdstad van Frankrijk en Corsica wordt?
En de Franse autoriteiten moeten er op toezien dat er geen Fransen de Tombe van de Keizer mogen betreden, want dat zouden de Corsicanen heel vervelend vinden.
De buitenwijken van Parijs worden als territoria aan de Moslims gegeven. Dus de Fransen moeten niet zeuren. Ze behouden het bestuur van de Champs Elysee. En ze hebben Vrede!
Hoewel, is Parijs eigenlijk wel de legitieme hoofdstad van Frankrijk? Is dat niet Vichy?
x – x – x
Steven Plaut is professor aan de Universiteit van Haifa.
Wethouder Pastors van Leefbaar Rotterdam moet van de gemeenteraad opstappen. Dinsdag nam de raad een motie van wantrouwen met 23 tegen twintig stemmen aan. De motie was ingediend door communistisch GroenLinks en werd gesteund door het CDA, de coalitie-partner van LR.
GroenLinks wilde dinsdag opheldering over uitlatingen van Pastors in het informatieblad van het Dekenaat Rijnmond. Hij zei daarin onder meer dat moslims vaak hun religie gebruiken als reden voor hun gedrag en om zich van de maatschappij af te keren. Pastors had sinds maart een spreekverbod: hij mocht alleen over moslims spreken als het te maken had met zijn portefeuille Fysieke Infrastructuur. Wanneer er een Mohammedlaan werd aangelegd bijvoorbeeld.
Het CDA vond dat Pastors die afspraak schond. “Wij hadden een afspraak. En dan kan het niet dat de burgemeester achteraf zegt dat Pastors het interview in het parochieblad deed als lijsttrekker”, aldus fractievoorzitter H. van den Born.
De man die na de dood van Pim Fortuyn de leiding overnam bij Leefbaar Rotterdam, gaf zelf aan dat hij “als mens” sprak met het blad en dat hij zijn visie gaf op zijn geloofsbeleving. Pastors is van huis uit katholiek. Zijn moeder stuurde hem voor het raadsdebat een sms-je met de boodschap dat ze een kaarsje voor hem zou branden.
Nadat de meerderheid van de gemeenteraad had aangegeven dat deze wethouder moest vertrekken, toonde Pastors zich teleurgesteld. “Ik baal en vind het vreselijk. Ik heb vanaf het begin hard gevochten voor het collegebeleid.” Coalitiepartner CDA noemde hij onbetrouwbaar. “Het zijn drie jaar draaikonten geweest en nu zijn ze plotseling standvastig.” Dat had hij overigens kunnen weten want het CDA staat immers bekend als een partij die lekker met de heersende wind meewaait als het goed uitkomt. Fractievoorzitter R. Sörensen vond het een schande en sprak van “een opzet van links” waarin coalitiepartij CDA verraad pleegde en meeging.
Collega-wethouder Geluk (CDA) zei dat ook hij teleurgesteld was in de afloop van het debat. “Ik vind het jammer dat de raad een gewaardeerd collega naar huis heeft gestuurd”, maar volgens Geluk kon zijn fractie niet anders. “De fractie moest een keuze maken. Als al enkele keren is gewaarschuwd, moet je wel deze stap nemen anders verlies je je geloofwaardigheid.” Blijkbaar heeft ook deze bestuurder nog niet in de gaten dat je je geloofwaardigheid als democraat snel verliest als je anderen de mond gaat snoeren.
Geluk zei te hopen dat de twee overgebleven wethouders van Leefbaar Rotterdam, Van den Anker (Veiligheid en Volksgezondheid) en Van Sluis (Haven en Economie) na het vertrek van Pastors aanblijven. “Ik hoop dat we door kunnen gaan. Er is immers geen vertrouwenscrisis naar het college toe. Het ging om een persoon.”
Leefbaar Rotterdam komt woensdag bijeen om over de ontstane situatie te praten. Burgemeester Opstelten praat diezelfde dag met alle fractievoorzitters.
Pastors kondigde aan dat hij zich niet de mond laat snoeren door de gebeurtenissen. “Ik zeg wat ik wil zeggen. Daar ga ik mee door. We willen de verkiezingen winnen. De bal ligt nu bij de Rotterdammers”, verwees hij naar de verkiezingen die volgend jaar plaatsvinden. Pastors is recent verkozen tot lijsttrekker van Leefbaar Rotterdam.
Voor bezoekers van deze website die Marco een riem onder het hart willen steken.
Marco Pastors m.pastors@college.rotterdam.nl
Overigens vind je op de website van de Gemeente Rotterdam en het clubje CDA natuurlijk ook de emailadressen van al die lieden die schijt hebben aan het allerbelangrijkste Grondrecht van een burger in een echte democratie: de Vrijheid van Meningsuiting. Laat ze een poepje ruiken.
Krijgt u straks Volkert van der Graaf aan de telefoon die levensverzekeringen probeert te slijten? Of misschien Mohamed Bouyeri die een luxe en vlijmscherpe messenset aanprijst? Het zou allemaal kunnen als de plannen van Justitie doorgang vinden. Het ministerie van Justitie onderzoekt de mogelijkheid om gedetineerden in te zetten voor callcenterwerk.
Het ministerie van Justitie onderzoekt de mogelijkheid om gedetineerden in te zetten voor callcenterwerk. De criminelen worden achter de tralies ingeschakeld om allerlei diensten en producten per telefoon aan consumenten en bedrijven te verkopen. Daarvoor worden speciale werkplekken ingericht.
De Dienst Justitiële Inrichtingen wil het belwerk als eerste laten verrichten door criminelen in de strafinrichtingen van Nieuwersluis en Zwolle.
Inmiddels zijn er onderhandelingen met bedrijven die de opdrachten voor de ‘bajesbelcentra’ gaan verstrekken. Gedetineerden die ook andere werkzaamheden tijdens dagtherapie uitvoeren, worden straks voor het bajes-callcenter op basis van kennis en opleiding geselecteerd. Daarnaast wordt er gewerkt aan een omscholingstraject.
Onbespreekbaar
De WGCC, de werkgeversvereniging voor de facilitaire callcenters, vindt het idee onbespreekbaar. De brancheorganisatie heeft inmiddels justitie laten weten dat de plannen onacceptabel zijn. “Wij adviseren onze leden en ook bedrijven om geen diensten aan te bieden aan gedetineerden”, aldus WGCC-woordvoerder Herman Nieuwenhuis. “Zeker niet als het gaat om verzekeringen als inboedel- en huisverzekeringen.”
Volgens Nieuwenhuis is het ongepast dat justitie zich begeeft in de professionele markt van callcenters. “Consumenten zullen bij ieder telefoontje van een callcenteragent zich afvragen of ze een kinderverkrachter, moordenaar of inbreker aan de lijn hebben. Dat kan echt niet.”
Volgens de WGCC zal de branche door de plannen van justitie veel schade lijden. “Ook het imago van de professionele callcenteragent wordt hiermee aangetast. De branche maakt zich juist erg sterk voor opleidingen en de professionele uitstraling van het vak.” De brancheorganisatie verwacht niet dat het bedrijfsleven staat te popelen om tegen mogelijk lage kosten gebruik te maken van een bajes-callcenter.
Vrijheid is een groot goed maar ondanks dat in de menselijke geschiedenis vrijheid vaak duur betaald wordt verschillen de definities ervan. Velen praktiseren onze vrijheid op bruiloften en partijen in de vorm van het welbekende ‘kankeren’.
Kankeren op de politiek, kankeren op hen die niet of nauwelijks bijdragen aan de instandhouding of de verbetering van de welvaart in dit land maar die wel een BMW voor de deur hebben geparkeerd om er maar enkelen te noemen.
Opvallend is dat dergelijke geluiden zich uit angst om voor rechts extremist te worden aangewezen, tot de borreltafel beperkt blijven. Een niet zo vreemde reactie als we denken aan mensen als Pim Fortuijn en Theo van Gogh. Zij meenden in een land te wonen waarin vrijheid, in dit geval die van het vrije woord, de grondsteen van onze maatschappij vormde.
Nu loopt niet direct iedereen het risico de ultieme prijs te moeten betalen maar voor je het weet worden je personalia via ‘vrijheidsminnende’ websites verspreid, word je dagelijks telefonisch lastig gevallen en zit je dagen vanwege vage aantijgingen op het politiebureau. Grote kans dat je ook nog eens je baan kwijtraakt.
Onwillekeurig moet ik bij het woord ‘vrijheid’ altijd denken aan hen die hier ruimhartig gebruik van maken. De vrijheid om in een moskee tot een heilige oorlog tegen Amerika op te roepen bijvoorbeeld. De vrijheid om bezitters van een ‘yuppen tractor’ te verbieden hun mobiel in de stad te mogen parkeren. De vrijheid om als linkse rebel het ADM terrein in het Westelijk haven gebied in Amsterdam jarenlang te kraken, lees: het bezit van iemand te kapen. De vrijheid om op allerlei publieke objecten je leuzen te mogen kalken, of uit naam van je eigen verheven ideaal publieke objecten te mogen beschadigen.
Raar eigenlijk dat juist diegenen die anderen ‘iets’ willen verbieden het meest aan de vrijheid ‘verdienen’. Denk maar aan het door merendeels buiten de wijk wonende linkse radicalen versjacherde bezoek van Michel Smit van NieuwRechts aan de Diamantbuurt in Amsterdam. Of het befaamde ‘taart gooi’ incident met als slachtoffer wijlen Pim Fortuijn nadat deze in linkse pamfletten als nazi ter dood was veroordeeld!
We zijn ook in Nederland weer bewust van het feit dat vrijheid beschermt dient te worden. Ironisch dat de bescherming die Pim moest ontberen nu ruimhartig beschikbaar wordt gesteld aan hen die hem demoniseerden. ‘Opdat hun woorden niet in bloed gesmoord zullen woorden’.
AJH van Buuren
Nu, meer dan een week na de gebeurtenis, is in verschillende fora op het internet de aardbeving in Pakistan en de vraag of Westerse hulpverlening op zijn plaats is reden tot verhitte discussies.
Voorstanders willen bereiken dat de lokale bevolking sympathiseert met het westen dat in tegenstelling tot veel islamitische staten wel tot het zenden van hulp bereid zou zijn. De bevolking zou hierdoor geneigd zijn zich tolerant jegens andere religies op te stellen en af te zien van islamitisch geweld. Veel gehoord is de uitdrukking ‘onbekend maakt onbemind’.
Tegenstanders menen dat geweld en onderdrukking integrale onderdelen zijn van de islam. Het zal niet verbazen dat er zelfs zijn die menen dat de aardbeving de wraak van God was. Wraak bijvoorbeeld op de islamitische uitlating dat de orkaan Katrina door de hand van Allah zou zijn veroorzaakt, wraak vanwege incidenten die variëren van de moord op Theo van Gogh tot aan een hele reeks geweld misdrijven in binnen en buitenland. Centraal hierbij is de mate van geweld van islamitische zijde die vaak in geen enkele relatie staat tot de aanleiding.
Illustratief zijn het van het balkon gooien van een vriendin en haar kind, het doodschoppen van een jongeling op een parkeerplaats of het doodschieten van een leraar. Opvallend hierbij is de krampachtigheid waarmee de pers verslag doet van dergelijke incidenten. Meestal wordt het publiek pas later duidelijk dat bij dit soort dodelijke incidenten islamieten waren betrokken. Pas na te zijn getrakteerd op eufemismen als ‘daders met een mediterraan uiterlijk’ of ‘verwarde man’ komt uiteindelijk de spreekwoordelijke aap uit de mouw.
Dat wantrouwen jegens de pers blijkt uit opmerkingen dat het aantal Pakistaanse slachtoffers eerst heel snel opliep om vervolgens steeds maar weer naar beneden te worden bijgesteld. Nu uiteindelijk dan toch de eerste Nederlands hulpactie voor Pakistan aarzelend op gang komt dienen we onszelf afvragen wat nu eigenlijk het uiteindelijke resultaat hiervan zal zijn. Krijgen de critici gelijk en komt iedere nu geïnvesteerde euro terug in de vorm van zelfmoordenaars?
AJH van Buuren
Ook in Engeland lopen er een hoop verdwaasde utopisten rond die denken dat de ongekende veiligheid en leefbaarheid van de jaren ’50 nog steeds bestaat. Deze dwazen willen maar niet inzien dat hun (en ons) land drastisch is veranderd sinds de grenzen opengingen voor een massale instroom van cultuurvreemde elementen en profiteurs die de criminaliteit tot ongekende hoogte hebben opgedreven.
Vooraanstaande Britse rechters, advocaten en politici vrezen dat Groot-Brittannië geleidelijk aan een politiestaat wordt. Een voormalig lid van het hoogste Britse rechtscollege heeft gezegd dat de ondermijning van de rechtspraak angstaanjagende parallellen vertoont met nazi-Duitsland, meldde de krant The Independent on Sunday.
De juristen en politici met wie de krant sprak, zeiden dat de regering burgerlijke vrijheden ondermijnt die eeuwen lang als vanzelfsprekend werden beschouwd. Onvervreemdbare rechten zullen als sneeuw voor de zon verdwijnen tenzij premier Blair ophoudt met zijn aanvallen op de rechterlijke macht en de vrijheden die zijn vastgelegd in de wet op de mensenrechten, stellen zij.
Lord Ackner, voormalig Law Lord, zei tegen The Independent on Sunday dat er sprake is van een tegenstelling tussen enerzijds de scheiding van de uitvoerende en rechtsprekende macht en anderzijds de neiging van de regering om de rechters aanwijzingen te geven. Hij waarschuwde tegen inmenging van politici in de manier waarop de rechtspraak werkt.
“Ik geloof dat het erg belangrijk is dat er geen strijd is tussen de uitvoerende en de rechtsprekende macht. De rechtsprekende macht is door het parlement gecreëerd om te verzekeren dat de uitvoerende macht volgens de wet werkt. Als wij dat van de rechtsprekende macht afnemen, zijn we aan het naäpen wat er in nazi-Duitsland is gebeurd”, aldus Lord Ackner. Hij vindt het veel te ver gaan om terreurverdachten drie maanden vast te houden zonder dat er een aanklacht hoeft te worden geformuleerd.
Rechter Lord Carlile waarschuwde tegen de steeds verdergaande beperking van de historische burgerlijke vrijheden. “We moeten scherp zijn over de bescherming van wat wij als vanzelfsprekende en onvervreemdbare rechten zien. In de Verenigde Staten omvat de Patriot Act een systeem waarbij een getuige van een terroristisch incident tot een jaar gevangen kan worden gehouden. En dat in het land van de vrijheid.” Hij zei verder dat de mensen zich steeds minder vaak tot politici en vaker tot rechters wenden als verdedigers van de grondrechten.
Vergeleken met andere Europese landen telt Nederland weinig imposante paleizen, kastelen en kerken. Maar de Republiek werd vier eeuwen geleden wel toonzettend op het gebied van de schilderkunst. Dat was geen toeval. Adel en kerk stonden hier buitenspel. Ze konden hun rivaliteiten niet uitdrukken in monumentale gebouwen en indrukwekkende beeldhouwwerken. Daar staat tegenover dat er vanaf het begin van de zeventiende eeuw een brede welvarende middenklasse was die haar huizen verfraaide met schilderijen die een aardige, internationaal verhandelbare belegging vormden. De vraag naar die schilderijen riep groot aanbod op. Daar hebben we de opkomst van Rembrandt, Vermeer en al die andere nog steeds bewonderde schilders aan te danken.
Tot de Tweede Wereldoorlog zag de overheid nauwelijks een taak voor zich weggelegd bij de creatie en de verspreiding van kunst. De Duitse bezetters zagen dat anders. Die stimuleerden de kunst, voor zover die het Derde Rijk niet ongunstig gezind was. De makers van die kunst profiteerden daarvan, al moesten ze wel hun loyaliteit tonen door lid van de Kultuurkamer te worden.
Naoorlogse kabinetten borduurden daarop voort. Kunst werd als een overheidstaak gezien, kunstbudgetten groeiden gestaag en bezuinigingspogingen strandden doorgaans in de Tweede Kamer.
Door de jaren heen zijn veel praatjes opgehangen waarom toneelgroepen, symfonieorkesten, filmers, beeldend kunstenaars en schrijvers overheidsgeld zouden moeten krijgen. Rode lijn was dat er voor hun als waardevol beschouwde activiteiten op spontane basis onvoldoende geld los zou komen en dat de overheid ervoor diende te zorgen dat kunst onder het volk werd verspreid.
Deze inzichten worden opgefrist in een boek waarop Pim van Klink in november hoopt te promoveren tot doctor in de economie. Van Klink weet waar hij het over heeft. Hij was ambtenaar bij het subsidiërende ministerie, kunstdirecteur in Groningen en manager en bestuurslid van een forse rij gesubsidieerde kunstinstellingen. Of hij zich in die kringen straks nog kan vertonen, is de vraag. De kans is groot dat hij als verrader, nest-bevuiler en lelijke spelbreker wordt gezien. Hij toont immers aan dat – terwijl de rijkskunstsubsidies van een paar miljoen gulden in de naoorlogse jaren vervierhonderdvoudigden tot de 356 miljoen euro dit jaar – de vraag naar die gesubsidieerde kunst juist terugliep. Van Klink noemt dit overheidsbeleid ‘ineffectief en irrationeel’.
De effecten bij het gesubsidieerde toneel zijn mogelijk nog het meest dramatisch. Daar is men vooral bezig te voldoen aan de sinds de jaren zestig gangbare overheidseis van vernieuwing en experiment. Zo jaagt het toneel het publiek weg, wat het niets kan schelen, want vrijwel alle inkomsten komen toch uit de overheidskas en dus de belastingpot.
Het zou logisch zijn als de overheid zich eens bezint op waar ze mee bezig is. Maar die bezinning blijft, afgezien van wat beleidsgebazel door achtereenvolgende ministers en staatssecretarissen, achterwege. Dat kan worden verklaard doordat de politiek voortdurend op de huid wordt gezeten door een effectieve lobby van kunstenaars en zaakwaarnemers, die de Tweede Kamer – en de media -volledig in zijn zak heeft. Woordvoerders in de Kamer en hun fractievoorzitters gedragen zich als verlengstuk van die lobby en schreeuwen moord en brand zodra ergens wat subsidie af gaat. Ze willen altijd alleen maar meer geld.
Van Klink maakt er geen melding van, maar de subsidieactivisten in de Tweede Kamer hebben zelf vaak ook bestuursfuncties in de culturele sector en gedragen zich navenant. Het doet er nauwelijks toe van welke partij ze zijn. Voormalige VVD-prominent Hans Dijkstal deed er bijvoorbeeld om het hardst aan mee en is of was dan ook bestuurslid van een reeks toneelgroepen, filmfondsen, theaters en kunstopleidingen. Dergelijke kruisverbanden tussen parlement en lobby’s zijn ook zeer succesvol in de wereld van de ontwikkelingshulp, de uitkeringen en de landbouw. Maar in de kunstwereld hebben ze elke ratio weten te verdringen.
Zo hebben we een kleine vier eeuwen na de ongesubsidieerde Rembrandt en ruim een eeuw na de ongesubsidieerde Van Gogh in zestig jaar een zelfvoldane kunstindustrie opgebouwd die in leven wordt gehouden door een klonterende kongsie van zichzelf met belastinggeld subsidiërende politici, bureaucraten en kunstmakers die zich van niemand iets aantrekt. Het is een gesubsidieerde bedrijfstak die zelden iets oplevert waar vraag naar is. En die zelden iets produceert wat volgende generaties zich zullen herinneren.
Op tv werd de worsteling getoond van Turkse en Marokkaanse voetballers: moeten zij, als de gelegenheid zich voordoet, uitkomen voor het nationale elftal van het herkomstland van hun ouders of voor hun vestigingsland, Nederland? In dat programma vertelde een Marokkaanse voetballer dat hij na het einde van zijn voetbalcarrière naar Marokko zou verhuizen, want in Nederland betaal je 50 procent belasting en in Marokko niet.
Een voetballende collega wees hem er vervolgens fijntjes op dat die hoge Nederlandse belastingen wel nodig waren om de uitkeringen te kunnen betalen. Daarmee is het probleem ongeveer geschetst. De gemiddelde Marokkaanse immigrant draagt door zijn gemiddeld lage inkomen relatief weinig bij aan de Nederlandse samenleving. Relatief velen hebben helemaal geen werk, maar vaak wel een uitkering. Voor hen is het doorgaans aantrekkelijker om een Nederlands adres aan te houden. Maar als een Marokkaanse Nederlander door uit te munten als voetballer in bonus raakt, geldt het omgekeerde. Dan kan hij zich financieel gesproken beter in Marokko vestigen, waar de collectieve lasten geringer zijn. Dat de werkloze in Marokko slecht af is, deert hem als vermogende niet. Want dat drukt de loonkosten, waardoor zijn leven nog verder wordt veraangenaamd.
De arme trekt zo naar het land met de relatief hoge lonen en de hoge uitkeringen, de rijke ontvlucht de daarvoor benodigde hoge lasten en krijgt de lage levenskosten er gratis bij. De belangen van de Nederlandse en de Marokkaanse staat zijn precies tegengesteld. Beide landen willen graag veel belastinginkomsten. De Marokkaanse staat had veel baat bij het uitzenden van arme, vaak analfabete onderdanen uit traditioneel opstandige streken als het Rifgebergte. Het geld dat zij naar Marokko overmaakten, werd stevig belast en wat er van overbleef of als investering terugkwam, droeg ook nog bij aan het op de been houden van de lokale economie.
In Nederland heeft de immigratie uit Marokko even bijgedragen aan het rekken van het leven van bedrijfstakken die het uiteindelijk toch niet hebben gered. Maar per saldo heeft Nederland veel toegelegd op deze immigratie. Het gaat hier niet om Marokkaantjes-pesten. Het gaat om het voorbeeld. Arm trekt naar verzorgingsstaten met hoge lonen en uitkeringen, rijk gaat naar lage belastingen en lage uitkeringen – vooral als het leven daar verder ook draaglijk is. Dat is vooral een probleem voor West-Europa. Niet alleen personen die het zich kunnen permitteren, trekken liever naar lage lasten en lage lonen, zeker ook bedrijven. Maar de bedrijvigheid moet uiteindelijk wél het geld opleveren waar de royaal opgetuigde staten op draaien, geld waarmee ook degenen worden gefinancierd die vanwege hun onderwijs, werkloosheid, ziekte, handicap of ouderdom van die staat afhankelijk zijn. Het wegtrekken van rijken en bedrijven haalt het systeem onderuit. Een massale afhankelijkheid ondermijnt bovendien de neiging om zichzelf te willen bedruipen, wat het systeem nog verder ondermijnt.
Zo zie je dat de West-Europese systemen aan het instorten zijn. De bedrijvigheid stagneert en de staten kunnen de hogere lasten en de inzakkende overheidsinkomsten niet meer betalen. Maar het verhogen van de lasten betekent dat het nog erger wordt. Geen van de continentale verzorgingsstaten heeft al een antwoord. Er bestaat een neiging de lasten dan maar te verlagen. Zonder uitgavenbeperking leidt dat tot hogere schulden en begrotingstekorten, zoals we in Frankrijk en Duitsland kunnen zien.
In Duitsland gingen CDU en CSU de verkiezingen in met lagere belastingen op werk en ter compensatie een hogere btw, wat logisch lijkt, want werk trekt weg als het te hoog is belast, en voor je supermarktinkopen kun je doorgaans de grens niet over. Je ziet het aan de neiging, in heel Europa, om tol te gaan heffen op de wegen, want wegen lopen niet weg. Er zal ook ongetwijfeld een neiging bestaan om grond en huizen meer te belasten – of de Nederlandse hypotheekrenteaftrek af te schaffen – want onroerend goed is per definitie gebonden aan het territorium van de staat.
Maar uiteindelijk is het onafwendbaar dat de staat zijn apparaat en uitgaven gaat inperken. Want een staat die geld leent om de lasten te temperen, lost niets op. Dat geldt ook voor de Staat der Nederlanden die op Prinsjesdag ondanks alle mooie praatjes weer een begroting presenteerde waarin volgend jaar opnieuw meer wordt uitgegeven en waarin ook de staatsschuld weer hoger gaat worden dan dit jaar al het geval is.
De mens is van nauture geneigd tot het goede. Dat beweren tenminste de apostelen van de Linkse Kerk. Gedurende de politiek correcte hoogtijdagen was het dan ook not done om te controleren of de miljarden uitkeringscenten of subsidies wel goed werden besteedt en op de juiste plaats terecht kwamen. Gelukkig voor onze samenleving zijn de tijden veranderd ondanks het nog immer de kop opstekend geleuter over privacy. Op pad met een inspecteur woonfraude.
Ochtendzon en zomerbries maken de Amsterdamse Lindenstraat op deze maandagmorgen een nog behaaglijker oord dan gewoonlijk. ‘Hier willen we allemaal wel wonen,’ zegt Rob Keissen (52) als hij zijn zwarte dienstfiets tegen een van de historische gevels parkeert. Aan de overkant van de smalle straat drukt de inspecteur van het gemeentelijke Bureau Zoeklicht, dat onderzoek doet naar woonfraude, op de bel voor’tweehoog’.
‘Dit is een woninkie van 149 euro in de maand,’ zegt geboren Amsterdammer Keissen. Maar volgens een tip van de onderbuurvrouw wordt de drie-kamerflat van krap 40 vierkante meter door de officiële huurder voor 600 euro onderverhuurd aan een jonge vrouw. Die geeft niet thuis.
De rossige onderbuurvrouw, op blote voeten onder een ruisende zomerjurk, verschijnt wel in de deuropening. ‘Het is de verhuurder I’m angry with,’ zegt ze in het Engels tegen Keissen. ‘Hij verdient op deze manier een hoop geld, terwijl mijn vrienden met kinderen desperately op zoek zijn naar een woning.’ De Amsterdamse wachttijden voor een huurwoning zijn lang.
Keissen maakt een aantekening en springt weer op de fiets. Volgende stop: Goudsbloemstraat. Terwijl hij zijn zonnebril in het halflange blonde haar schuift, somt de inspecteur de bijzonderheden op. Mevrouw K. zegt dit appartement te bewonen, maar haar echtgenoot blijkt een pand
aan de prestigieuze Prinsengracht te bezitten. Wordt het appartement aan de Goudsbloemstraat illegaal onderverhuurd? Keissen komt het vandaag niet te weten, want herhaaldelijk aanbellen heeft geen effect. De woedende woordenstroom van de benedenbuurvrouw – een geblondeerde liefhebber van reiki en boeddha die zeker meent te weten dat boven haar hoofd een wietplantage in bedrijf is – maakt de situatie niet overzichtelijker. ‘Hé, tof!’ roept ze naar Keissen als hij heeft beloofd de woningbouwcorporatie van haar bange vermoedens op de hoogte te stellen.
Ook twee belpogingen in de Westerparkbuurt blijven zonder resultaat. ‘Dit is
een slechte tijd om huisbezoeken af te leggen,’ zegt Keissen. ‘Ook als je geen werk hebt, ga je met dit weer niet in je hok hangen.’ Als huisbezoeken (overdag en in de avonduren) niets opleveren, krijgen ‘verdachte’ huurders een oproep voor een gesprek. Laten zij verstek gaan, dan volgt een laatste waarschuwing. ‘In de meeste gevallen is dat voldoende,’ zegt Keissen. ‘Mijn bevoegdheid om de deur te forceren, hoef ik eigenlijk nooit te gebruiken.’
Aan het begin van de middag zet Keissen de dienstfiets in een rek bij een groezelig café, passeert de plastic terrasstoelen waarop mannen pijpjes Heineken drinken en drukt op de bel van een bovenwoning. Geen reactie. Van de overkant van de straat nadert een jonge man, die in hetzelfde pand op zolder blijkt te wonen.
‘Weet jij toevallig wie er op 1 hoog woont?’ vraagt Keissen. ‘Heb nooit iemand gezien,’ antwoordt de bewoner in moeizaam Nederlands. Keissen bestijgt de trap en klopt op de deur van de woning op de eerste verdieping. Geen reactie. Op de overloop staat wel een boodschappenwagentje.
‘Van wie is dat wagentje?’ vraagt Keissen aan de zolderkamerjongen. Misschien van mevrouw op 2,’ is het ontwijkende antwoord.
Vriendelijk lachend neemt Keissen afscheid. ‘Je kunt wel gaan roepen: “Hé, gluiperd, vertel me wat je weet,” maar aardig zijn levert meestal veel meer informatie op.’ Dan schuift hij de zonnebril voor zijn fel-blauwe ogen, zwaait een been over het zadel en vervolgt zijn tocht door broeierig Amsterdam.